Schoolmelk-geschiedenis

Hoe is dat toch begonnen, die schoolmelk-verstrekking?

Uit een proef met Engelse kostschoolkinderen, genomen kort voor de Tweede Wereldoorlog, bleek dat de verstrekking van "schoolmelk" zeer gunstige gevolgen had. Het onderzoek was strikt wetenschappelijk opgezet. Men deelde een grote groep kinderen in zeven kleine groepjes in. Eén groepje kreeg de gebruikelijke voeding (de controlegroep). De kinderen in de andere groepen kregen elke dag iets extra:

een groep kreeg extra suiker;
een groep kreeg extra melk;
een groep kreeg extra boter;
een groep kreeg extra plantaardig vet;
een groep kreeg extra eiwit;
een groep kreeg extra groenten.

De proef duurde vier jaar. Vastgesteld werd, dat alle kinderen die extra hadden gekregen, wat beter gegroeid waren. Hun gemiddeld gewicht lag ook wat hoger. De kinderen die extra melk hadden gekregen staken echter met kop en schouders boven de anderen uit. De melkkinderen groeiden bijvoorbeeld in één jaar 6,7 cm, terwijl de anderen hooguit 4,7 cm langer waren geworden. De melkkinderen waren ook minder vaak ziek en ze konden beter leren en zich concentreren.

Hetzelfde resultaat werd ook in Nederland en andere landen gevonden. Nu was bekend, dat - zeker in stedelijke gebieden - veel  kinderen in de schoolleeftijd minder dan een halve liter melk per dag dronken. Zij liepen daardoor een achterstand in de groei op.

Hier lag dus een taak. In 1937 werd het Centraal Schoolmelk-Comité opgericht, dat een goedwerkend stelsel van schoolmelk-uitreiking wist op te zetten. Normaal gesproken dienden de ouders een bijdrage in de kosten te betalen; maar aan "kinderen uit bepaalde gezinnen" werd de melk gratis verstrekt. Overigens werd het hele stelsel grotendeels betaald uit gemeentelijke subsidies.

Schoolmelk werd elke dag aan de school afgeleverd per vrachtwagen. Bij elke school deponeerde de chauffeur een stel verzinkt stalen kratten, waarin de glazen flesjes gezellig rinkelden. Als kind hoorde je dat geluid graag, het was een prima afleiding. Twee jongens uit de klas mochten de kratten binnenhalen - als je tot die elite behoorde, stond je in hoog aanzien bij de klasgenootjes! De kratten werden 's winters tegen de verwarming aangeschoven, want de meeste juffen waren er destijds heilig van overtuigd, dat koude melk voor de tere kinderdigestie fataal zou zijn.

 

In de pauze werden de speciale kwart-liter flesjes uitgedeeld. Ze waren gevuld met volle melk - bovenop dreef zo'n klodder vet - en afgesloten met aluminium capsules. De capsules werden door de juf verzameld, want oud metaal kon immers nuttig opnieuw gebruikt worden. Thuis werden die capsules trouwens ook bewaard! Aan een capsule zat een halfcirkelvormig treklipje, waarmee je de dop er makkelijk en zonder knoeien af kon halen, nou ja, zou moeten kunnen halen. In de praktijk viel dat niet mee. Kijk maar 's naar het geconcentreerd gezicht van die twee jochies hierboven.

Jongens haalden de dop er helemaal af en klokten de melk dan stoer naar binnen, hetgeen ze een melksnor gaf die achteraf met smaak en gesmak werd afgelikt. Meisjes deden het wat kalmer aan en gebruikten rietjes die door de juf verstrekt werden. Jongens die ook rietjes  gebruikten, waren in de ogen van de andere knapen dus mietjes.

 

                            terug naar vorige pagina